Het geheim van Enschede: ‘Wat zijn jullie hier relaxed’

enschederepo

Dit artikel verscheen in de Volkskrant van 19 oktober 2015. 

De politie in Enschede strijdt met succes tegen geweld en overlast in het uitgaans-leven. De Volkskrant ging mee in de nacht. Nieuwe methoden om dronkelappen in toom te houden, werpen vruchten af.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER SUSANNE GEUZE

Bij de incheckpoortjes op station Enschede loopt een man met leren jack, snor en hoogrode konen. Hij zwalkt een beetje; voor zijn voeten op de grond ligt een witte plastic zak met blikken bier. Politieman Marco van Zanten – lang, ernstige ogen, 36 jaar in het vak – stapt op hem af en schudt de dronkelap vriendelijk de hand. ‘Waar gaat de reis naartoe?’

De man steekt een verhaal af over Geert Wilders, de buitenlanders en het Nederlands Elftal. Van Zanten hoort het geduldig aan. Op rustige toon herinnert hij eraan dat drinken hier niet de bedoeling is en wenst hem een goede reis. Niets aan de hand, lijkt het, maar verderop in de stationshal blijft de agent toch even staan. ‘Had je die knuisten gezien? Een havenwerker, als die agressief wordt, heb je er nog een hele kluif aan.’

Terwijl het Twentse uitgaanspubliek zich volop in het weekend stort, is voor Van Zanten en zijn collega Jurgen Rekers de werkdag net begonnen. Ze horen bij de nachtploeg van het Horeca Interventieteam (HIT). Elke zaterdag patrouilleren acht agenten in koppels door het uitgaansgebied van de Twentse studentenstad. Via portofoons hebben ze contact met de meldkamer en er lopen ook lijntjes met ondernemers en portiers van kroegen, clubs en discotheken.

Wijkagent Rekers (46) – kaal hoofd, vriendelijke, blauwe ogen – heeft er al twee nachten op zitten. ‘Eigenlijk het maximum, nachtdienst is niet goed voor een lichaam. Op zo’n derde werkdag heb je snel een te hoge irritatiefactor. Dan reageer je net minder beheerst.’

In samenwerking met de overheid en horecaondernemers heeft de politie twaalf maatregelen geformuleerd om criminaliteit in het uitgaansleven tegen te gaan. ‘Wij passen ze allemaal toe’, zegt Van Zanten niet zonder trots. Hij somt op: rode kaarten voor relschoppers, preventief fouilleren, gecertificeerde portiers. En op het grote plein in de stad zijn schijnwerpers geïnstalleerd die tussen 5 en 6 uur ’s morgens aan gaan. ‘Zolang het donker is denken mensen vaak: ach, ik kan nog wel wat rotzooi trappen. In het felle licht is dat plots niet prettig meer.’

De nieuwe methoden om ruziezoekers en dronkelappen in toom te houden werpen hun vruchten af: de criminaliteit in het uitgaansleven daalt. Uit cijfers die de Volkskrant heeft ontvangen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) blijkt dat het aantal meldingen bij uitgaansgelegenheden in de provincie Overijssel de afgelopen twee jaar met 20 procent is afgenomen.

Desondanks verloopt een gemiddelde zaterdagavond ook in Enschede niet zonder incidenten, zegt Van Zanten. ‘Twee tot vier aanhoudingen op een avond zijn normaal. Soms zijn het er tien.’

Het is 22.00 uur, tijd voor een briefing op het politiebureau. Twintig agenten zijn klaar voor de nacht: zwart-gele uniforms aan, gordel om, zware kisten aan de voeten. De helft van hen is ingedeeld bij de noodhulp, de andere groep verantwoordelijk voor de horeca. Met Twentse tongval worden onderling grappen gemaakt. Aan de muur hangen pamfletten van de recente CAO-acties.

Op een groot beeldscherm toont horeca-coördinator René namen en foto’s van ‘veelplegers’ en andere bekenden van de politie, naar wie het horecateam vannacht moet uitkijken. Bijvoorbeeld de 18 burgers met een rode kaart, voor wie de binnenstad tijdelijk verboden terrein is. Het zijn veelal jongens van rond de 20 met vergrijpen als mishandeling op hun naam. ‘De meesten houden zich netjes aan het verbod’, zegt Marco van Zanten. ‘We hadden één keer een man die acht keer over de schreef ging. Maar dat was een verwarde zwerver, ik geloof niet dat hij bewust de regels overtrad.’

Kwart voor 11, genoeg gepraat. Marco van Zanten klikt zijn gordel om, trekt het felgele politiehesje aan over zijn uniform en bevestigt de portofoon op zijn borst. Oortje in, laatste slok koffie en op naar de binnenstad.

In de buurt van het station hangt een groepje jongeren tegen een muurtje. ‘Hij is nét leeg’, zegt een jongen verontschuldigend terwijl hij zijn flesje bier gauw in de prullenbak kiepert. Wijkagent Rekers wijst naar een parkeerautomaat, waar nog veel meer lege flessen staan. ‘Ruimen jullie dat ook even op dan?’ Openbaar drinken mag niet, maar een aanhouding is overdreven, zegt hij als ze doorlopen. ‘De sfeer was goed en ze deden niemand kwaad.’

Als de agenten later een wildplasser tegen het lijf lopen, is hij een stuk minder coulant. Terwijl de man zijn gulp nog dichtritst, schrijft Rekers al een boete van 140 euro uit. ‘Wildplassen is smerig, de hele stad gaat ervan stinken.’

Aan het begin van elke uitgaansnacht lopen de agenten een rondje langs wat portiers. Belangrijk om de band goed te houden, zegt Marco. Later op de avond is het daarvoor vaak te druk.

De portier van club Fellini weet te vertellen dat de verhoudingen tussen politie en portiers tien jaar terug wel anders lagen. ‘De ouderwetse uitsmijter handelde vaak op het randje van de wet en kreeg gedonder met de politie vanwege geweldsdelicten. Op hun beurt vertrouwden de portiers agenten niet. Nu is er wederzijds respect: als de politie in gevecht raakt, zijn portiers de eersten om te helpen.’

Plots is het agentenduo ervandoor: ze hebben een oproep gekregen. Bij een van de kroegen aan de Oude Markt weigert een groep de rekening te betalen. De uitbater heeft de politie erbij gehaald. Als Marco en Jurgen arriveren, zijn hun collega’s al in gesprek en dus staan ze op een afstandje. ‘Met z’n allen naar binnen jut de boel alleen maar op.’

Maxine Geerdink, de goedlachse eigenaresse van het hippe grand café Novi, is maar wat blij met de beveiliging op straat. ‘Dat we elkaar persoonlijk kennen, geeft een heel veilig gevoel. Ik hoef tenminste niet een of ander anoniem nummer te bellen als een dronken gast moeilijk doet.’

Ze noemt het noaberschap, op z’n Twents: de plicht om elkaar te dienen, voor elkaar te zorgen. Van Zanten: ‘Als we feestvierders uit andere steden tegenkomen, zijn die vaak verbaasd: wat zijn jullie relaxed, zeggen ze dan.’

Die persoonlijke aanpak is volgens de Twentse agenten het geheim van hun succes. In het westen treedt de politie vaak massaler en minder geduldig op, beaamt Rekers. Maar: ‘Tukkers hebben een nuchtere aard. Mogelijk heeft het publiek in Amsterdam een korter lontje. Dan moet je ook met een korter lontje reageren.’

Via hun oortjes krijgen de agenten een nieuwe melding binnen: een kwartier geleden is onder dreiging van een mes een telefoon geroofd. Van Zanten en Rekers kijken vreemd op als ze het signalement horen: een lange man met krullen, die een kind bij zich heeft. ‘Een kind in de stad, op dit tijdstip?’

Lees het volledige artikel via Blendle.